Werken met keyframes

Sommige effecttypen worden gebruikt om het bronmateriaal van begin tot het einde op een uniforme manier te transformeren. Sfeervolle effecten, zoals Oude Film, en effecten die alleen de kleuring van de clip veranderen, behoren tot deze categorie. De bijbehorende parameters worden gewoonlijk eenmalig ingesteld aan het begin van de clip. Dit wordt het statische gebruik van een effect genoemd.

Andere effecten, zoals Waterdruppel, geven het idee van beweging weer. Deze zijn alleen effectief wanneer de parameters kunnen variëren in de clip. De eenvoudigste manier voor het geanimeerde gebruik van een effect is om een instelling te gebruiken met een ingebouwde animatie, zoals de meeste voor Waterdruppel. Bij dit type keyframe animatie hebben één of meer parameters van het effect een andere waarde aan het einde van de clip dan in het begin. Bij het afspelen worden de parameters na elk frame bijgewerkt om vanaf het begin tot het einde een vloeiende beweging te creëren.

Keyframing hoeft niet beperkt te blijven tot de begin- en eindframes van een clip. Keyframes kunnen worden gedefinieerd met bepaalde waarden van effectparameters op een willekeurig punt in de clip om effectanimaties te produceren van willekeurige moeilijkheidsgraden. Als u bijvoorbeeld wilt dat een afbeelding in het midden van de clip met de helft is verkleind en wilt dat deze aan het einde van de clip weer de volledige grootte heeft verkregen, moet u op zijn minst een derde keyframe toevoegen.

Basis keyframing

Hieronder vindt u een overzicht van hoe u keyframing gebruikt om de wijzigingen in een effectparameter te programmeren tijden het afspelen van een clip.

1.    Dubbelklik op een clip op de tijdlijn om deze in de media-editor te laden.

2.    Voeg een effect toe en schakel keyframing in door op het diamantpictogram op de effectkop te klikken, als deze nog niet is gemarkeerd.

3.    Er verschijnt een keyframelijn onder de tijdliniaal. Alle keyframes die aan de clip zijn toegevoegd voor het huidige effect, worden als grijze diamanten weergegeven.

Er wordt automatisch een keyframe toegevoegd aan het begin van de clip. Deze keyframe kan niet worden verplaatst of verwijderd. Als het effect en de vooraf ingestelde combinatie die u kiest, geanimeerd is in plaats van statisch, wordt er aan het einde ook een keyframe gegenereerd. Het is ook mogelijk om de eindkeyframe te verwijderen of te verplaatsen. In dit geval blijven alle parameterwaarden van de laatst overgebleven keyframe tot het einde van de clip behouden .

4.    Stel de afspeellijn in op de positie in de clip waar u een wijziging van een bepaalde effectparameter wilt doorvoeren, zoals grootte, positie of transparantie.

5.    Wijzig de parameter met het venster Instellingen. Als de functie voor keyframebewerking is ingeschakeld, wordt er automatisch een nieuw keyframe aan de afspeellijnpositie toegevoegd. Als er al een keyframe bestaat, worden de parametergegevens gewijzigd die deze vertegenwoordigt.

Keyframebewerkingen

Voor elk effect kan er slechts één keyframe aan een willekeurig frame van de clip worden gekoppeld. Het keyframe definieert de directe waarde van elke clipparameter voor het frame waarvoor dit is ingesteld.

Avid Studio image001 Werken met keyframesEen keyframe toevoegen of verwijderen: U voegt een keyframe aan de afspeellijnpositie toe zonder parameters aan te passen of verwijdert een bestaand keyframe op de positie, door op de knop Keyframing in-/uitschakelen te klikken volledig links op de transportwerkbalk.

Een keyframe verplaatsen: U verplaatst een keyframe langs de keyframelijn (en dus ook langs de tijdlijn) door te klikken en te slepen.

Naar een keyframe springen: Gebruik de pijlknoppen links en rechts van de knop keyframe of klik direct op het keyframe in de keyframelijn om de afspeellijn naar die positie te verplaatsen. Het keyframe wordt gemarkeerd, wat aangeeft dat deze nu de doelkeyframe vormt voor verwijdering of voor het bewerken van parameters.

Meerdere parameters keyframen

Het is ook mogelijk om meerdere parameters van hetzelfde effect op aparte schema’s te keyframen.

Stel dat u de parameter Grootte van een effect door de hele clip op een vloeiende manier wilt wijzigen, waarmee u een andere, bijvoorbeeld Rotatie, op meerdere punten verandert. U kunt dit op twee manieren doen:

Methode 1: Stel eerst de keyframes Grootte in en voeg daarna de meerdere rotatieframes toe waar nodig. Bij elk van deze wordt de juiste groottewaarde berekend.

Methode 2: Voeg het effect tweemaal toe: eenmaal om de keyframes aan te passen voor algemene wijzigingen (Grootte, in het voorbeeld), en een tweede keer om meerdere keyframewijzigingen aan te brengen (Rotatie).

Werken met keyframes